Want ik, ben ik, en ik zie jou zoals ik jou zie: door mijn ogen, vanaf mijn visie, op het punt waar ik nu sta. Jij, jij zal nooit precies zien wat ik zie. Want jij, bent ik niet. En andersom. Juist omdat ik ik ben, en jij jij bent, zijn wij altijd zoals we altijd zullen zijn. Jij en ik, samen wij, apart, misschien samen, misschien verre vrienden, of zoals nu: anoniem.

Ooit zal jij weten wie ik ben, want er komt ooit een dag, dat ik mezelf laat zien. Misschien ken jij ik wel, misschien ken ik jij wel, misschien… Misschien niet. Maar juist omdat ik ik zo leuk vind, en ik ontzettend van verschillende jij-en houd, laten we het hier voorlopig bij. Want jij bent ik niet, maar ik kan je wel door het kiertje van deze grote, anonieme deur laten spieken en je zoveel mogelijk van ik te laten zien. Alsof wij hele stiekeme, verre vrienden, buren of kennissen zijn.

Want ik, word nooit jij. Gelukkig. Of somber. Hoe je het ook went of keert, jij en ik zijn samen wij, samen gelijk. Aan het einde van de dag hebben jij en ik, en hij, en zij, één ding gemeen: we zijn uiteindelijk gewoon maar een gezicht. A face. En tegelijkertijd, zijn wij samen, allemaal, gezichtloos. Anoniem, verscholen door de monsters in je hoofd, stuk voor stuk, a faceless.

Advertisements